Recente
grootschalige nationale en internationale
rampen en bedreigingen hebben
veiligheid hoog op de politieke
agenda gezet. Het
ministerie van VWS stimuleert
de voorbereiding op rampen door
ziekenhuizen. Hiervoor werd een
leidraad ontwikkeld voor het Ziekenhuis
Rampen Opvang plan (ZiROP).
Ook stelde VWS budget beschikbaar
om ziekenhuizen te ondersteunen
bij het verbeteren van het Ziekenhuis
Rampen Opvang Plan en om het
vervolgens te borgen in een kwaliteitssysteem
en om ermee te oefenen.
Het UMC St Radboud heeft in 2006
samen met het Maasziekenhuis Pantein
en het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis
een projectvoorstel ingediend bij
ZonMw om zowel het ZiROP te actualiseren
als om een hele cyclus van Opleiden,
Trainen en Oefenen te doorlopen.
In september 2006 werd de aanvraag
gehonoreerd door ZonMw, waarna
op 25 januari 2007 werd gestart
met het OTO-traject.
Een van de voorwaarden van ZonMw
was dat het ZiROP van de deelnemende
ziekenhuizen was getoetst aan de
landelijke leidraad en geaccordeerd
door de Raad van Bestuur. Het UMC
St Radboud was al langer in het
bezit van een actueel plan. Toch
is 2007 gebruikt om de verschillende
fases die een ramp kent en in de
leidraad zijn beschreven, nog eens
na te lopen en te actualiseren.
Belangrijke aandachtspunten bij
deze update waren achtereenvolgens:
-
Hoe
komt de melding door de Meldkamer
Ambulancedienst terecht binnen
het UMC?
-
Hoe
dienen de betrokken afdelingen
en functionarissen te handelen
tijdens een ramp?
-
Welke
processen worden doorlopen?
-
Hoe
wordt er gecommuniceerd?
-
Hoe
ziet de commando en coördinatiestructuur
er uit?
Inmiddels is ook de naam van het
Slachtoffer Opvang Plan (SOP) gewijzigd
in ZiROP.
Op 25 januari 2007 klonk vervolgens
het startschot van het gezamenlijke OTO-traject,
dat drie ziekenhuizen binnen TRO
zouden doorlopen.
De OTO-cyclus
bestond uit de volgende onderdelen:
Tijdens
dit onderdeel werd door de medewerkers
van de ziekenhuizen kennisgemaakt
met de GHOR en diens taken binnen
de gehele hulpverleningsketen tijdens
grootschalige incidenten en calamiteiten
en de cruciale succesfactoren binnen
het crisismanagement.
Door
een Table-Top krijgen de deelnemers
inzicht in individuele en gezamenlijke
verantwoordelijkheden in opgeschaalde
situaties. De deelnemers worden
geconfronteerd met een ramp en
ervaren al doende de werking van
het ZiROP. Aan de orde komen communicatie,
rapportage en registratie van informatie,
alsmede werken onder tijdsdruk
in een multidisciplinaire setting.
Door middel
van een casus worden de deelnemers
gewezen op cruciale momenten tijdens
de rampenopvang. Een voorwaarde
is dat de deelnemers kennis hebben
van het eigen ZiROP. Aan de orde
komen op- en afschaling, beveiliging,
de rol van het crisisteam en de
crisiscoördinator en de onderlinge
communicatie. Deze besprekingen
kunnen op bestuurlijk, tactisch
en operationeel niveau plaatsvinden.
Het Emergo
Train System is een voor Nederland
nieuwe oefenmethode. Het is een
systeem om real time te kunnen
oefenen met de geneeskundige inzet
tijdens rampen en grote incidenten.
Deze oefening vindt echter plaats
zonder daadwerkelijke inzet van
materieel. ETS is in Zweden ontwikkeld
door professor Sten Lennquist,
traumatoloog en hoogleraar Disaster
Medicin.
De
eerste drie onderdelen vonden
plaats met de drie ziekenhuizen
tezamen. De ETS-oefening vond
op de afzonderlijke locaties
plaats.
De
resultaten
Het
gezamenlijke OTO-trajct heeft een
hoop bagage opgeleverd ten aanzien
van organisatie en uitvoering van
rampenopvang binnen de ziekenhuizen.
De rol van de GHOR is hierbij inzichtelijker
geworden, maar ook hebben de drie
ziekenhuizen geleerd van elkaar.
Men praatte immers met elkaar en
kon in elkaars keuken kijken.
Met het
oefenen, trainen en opleiden verbeterde
het ZiROP automatisch mee, omdat
lacunes en knelpunten snel zichtbaar
werden. Dit is dan ook de essentie
van een cyclisch verbeterproces.
De leerpunten die de cyclus zichtbaar
maakte, richten zich op de deelplannen
van afdelingen. Deze bleken niet
altijd aan te sluiten op het centrale
plan. Het belangrijkste aandachtspunt
was een goed “slachtoffervolgsysteem”.
De ziekenhuizen bleken geen moeite
te hebben met aantallen slachtoffers
en hun classificatie. Iedere SEH
registreert patiëntengegevens
bij binnenkomst. Als de patiënten
zich echter verder het ziekenhuis
in begaven, bleek het lastig te
zijn om gegevens te monitoren en
vast te leggen.
E-learning
Een
belangrijke vervolgvraag die werd
gesteld was: hoe krijgen we nu
zo’n OTO-cyclus geborgd in
de organisatie.
In het bijzonder:
Naast
een cyclisch groepsgewijs oefenprogramma
onder leiding van een oefenleider
hebben de drie traumaregio’s
(Zwolle, Enschede en Nijmegen)
de handen ineen geslagen om hiervoor
gezamenlijk een elektronisch oefenprogramma
te ontwikkelen, het zogenaamde
E-learning.
E-learning
biedt een hoop voordelen. Zo kan
een individuele deelnemer oefenen
wanneer en waar het hem uitkomt.
Ook zijn er mogelijkheden om de
scores te toetsen aan vooraf gestelde
standaarden. E-learning is daarmee
een efficiënte en snelle manier
om kennis bij medewerkers op peil
te brengen en te toetsen. E-learning
is een goede aanvulling op reguliere
(multidisciplinaire) oefenprogramma’s. |